Bachs Hohe Messe (BWV 232): Evangelisch-lutherse katholiciteit

Bachs Hohe Messe (BWV 232): Evangelisch-lutherse katholiciteit

…een inleiding op deze meesterwerk die op 5 november 2022 door Capella Amersfoort uitgevoerd is

Missa completa

De h-Moll Messe (BWV 232) van Johann Sebastian Bach (1685–1750) is ontstaan over een langere periode en is uiteindelijk een selectie van de componist zelf, waarin hij zijn beste kunnen wilde laten zien. In 1733 presenteerde Bach zich aan het rooms-katholieke hof in Dresden met een Missa corta, een mis in twee delen, namelijk een Kyrie en een Gloria. Hierbij speelde mee dat de cantatevorm uit de gratie was geraakt. De latere uitbreiding tot een Missa completa tussen 1745 en 1749 aan het eind van Bachs leven laat goed zien hoeveel hij in huis had. Deels met gebruikmaking van eerder gecomponeerde muziek doet Bach nog één grote greep om zijn kijk op het christelijk geloof samen te vatten.

Katholiek met lutherse accenten

Met de keuze voor de tekst van het volledige oud-kerkelijke ordinarium plaatst Bach zich in een rijke muzikale traditie. Tegelijk neemt hij inhoudelijk stelling. Te midden van de theologische polemieken van zijn tijd neemt hij bewust het algemeen-christelijk geloof als uitgangspunt. De breedte van de kerk van alle eeuwen staat voorop. Met de christelijke traditie is Bach van mening dat het loven van God de hoogste activiteit is waar de menselijke geest zich aan kan wijden. Dit maakt zijn Hohe Messe tot een schitterend monument tot eer van God.

Dit neemt niet weg dat het werk een aantal specifiek lutherse accenten bevat. Kenmerkend voor de theologie van Maarten Luther is zijn theologia crucis, het spreken over God vanuit het kruis. Het lijden en sterven van Jezus, het Lam van God dat de zonden van de wereld wegneemt, is het geheim van het bestaan en maakt dat een mens het leven met andere ogen bekijkt. God is juist aanwezig in het zwakke en onooglijke en in het lijden. Daar waar je het diepst zit, wacht door het geloof ook de grootste verlossing en is er sprake van opstanding.

Luther nodigt zo uit alle menselijke worsteling met gebrokenheid, zonde en hopeloosheid weerspiegeld te zien in het verhaal van het leven, lijden en sterven van Jezus Christus. Zoals Hij opstond, zo staat ook de gelovige telkens weer op, in afwachting van Christus’ definitieve terugkeer en overwinning en de opstanding van de doden.

Dit lutherse grondmotief is in Bachs Hohe Messe terug te horen in de zuchtende bewegingen van het Kyrie, Qui tollis, Et incarnatus en het Crucifixus. In het Gloria maakt Bach gebruik van Luthers kinderkerstlied Vom Himmel hoch da komm’ ich her. Ook buigt hij de toonsoort bij de woorden Dominus Deus, Agnus Dei naar e mineur als een soort vooruitblik op de kruisiging en beweegt Christus in de hemel aan de rechterhand van Vader (Qui sedes ad dexteram Patris) in de muziek met mensen mee. Verder is het allesbehalve toevallig dat Bach in het Crucifixus gebruikmaakt van het eerste koorgedeelte over het menselijk lijden uit de cantate Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen (BWV 12).

Ten slotte voegde Bach vlak voor zijn dood aan het Credo nog het indrukwekkende naar beneden afdalende Et incarnatus (‘en is mens geworden’) toe. Daarmee ontstaat in het Credo een prachtige structuur. Waar in andere missen de nadruk in het Credo vaak ligt op de opstanding, zet Bach deze woorden in het midden en focust hij vooral op de menswording van God. Juist daardoor wordt – plotseling, overweldigend en alles overtreffend – de opstanding werkelijkheid. Daarop betrekt ook het Et in Spiritu Sancto hemel en aarde op elkaar: na de opstanding en Hemelvaart komt de Heilige Geest met stromen van zegen. Vandaar dat het mogelijk is het Sanctus met de engelen in de hemel mee te zingen.

Katholieke interpretatie

De Hohe Messe is daarmee bij uitstek uitdrukking van het algemeen christelijk geloof. In de muzikale vormen sluit Bach regelmatig aan bij zijn rooms-katholieke collega Jan Dismas Zelenka (1679–1745). Het was immers Zelenka die in 1733 in Dresden Bachs missa corta dirigeerde. Vandaar dat Anthony Scheffer en Capella Amersfoort in deze uitvoering kiezen voor een “katholieke” interpretatie in de geest van Zelenka. Intussen maakt de mis als geheel duidelijk hoe Bach dat katholieke geloof zelf ziet en beleeft: alles draait om de vrolijke ruil waarin de gelovige door Gods menswording het heil ontvangt. Daarom is het slot Dona nobis pacem (‘geef ons vrede’) ook geen wanhopige smeekbede, maar een uiting van zekerheid van redding en vrede.

zie ook het artikel in De Stad Amersfoort – door Peter Bruinsma

We tellen af voor ons concert 'Hohe Messe'